Gin(k)go biloba

Een bekend gedicht uit de Duitse literatuur is Gin(k)go biloba, geschreven door Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). Het is onderdeel van diens West-östlicher Divan (1819), de enige dichtbundel die Goethe publiceerde. In het gedicht wordt het symmetrisch gespleten blad van deze botanische exoot symbolisch geïnterpreteerd:

Ist es Ein lebendig Wesen?
Das sich in sich selbst getrennt,
Sind es zwey? die sich erlesen,
Daß  man sie als eines kennt.

Dit gedicht kan gezien worden als de kern van de West-östlicher Divan, waarin Goethe een dialoog aangaat met de veertiende-eeuwse Perzische dichter Mohamed Shemseddin Hafis (1317/26-1389/90). Het blad van de Ginkgo biloba symboliseert Goethes ‘Doppelblick’, het samengaan van Oost en West, de eenheid in verscheidenheid, wat kernachtig wordt uitgedrukt in het laatste regel van het gedicht: ‘Fühlst du nicht an meinen Liedern, daß ich Eins und doppelt bin?’

Een blad van de Ginkgo biloba

Een blad van de Ginkgo biloba

Goethe schreef dit gedicht in 1815. De Japanse notenboom waardoor hij zich had laten inspireren werd in de achttiende eeuw vanuit Japan in Europa ingevoerd en bleek hier goed te kunnen gedijen. Engelbert Kaempfer (1651-1716), een Duitse arts in dienst van de VOC,  verbleef tussen 1690 en 1692 in Japan, waar hem de curieuze boom was opgevallen. Terug in Duitsland publiceerde hij onder de titel Amoenitatum exoticarum (1712) een boek over de vele wetenswaardigheden die hij tijdens zijn reizen was tegengekomen  Hierin is ook de eerste Europese beschrijving van de Ginkgo biloba te vinden, abusievelijk gedrukt als ‘Gingo’. De naam is afkomstig van het (geleerde) Japanse woord voor zilverabrikoos, waarvan de juiste transcriptie ‘ginkyo’ is. Waarschijnlijk heeft Kaempfer zich tijdens het bewerken van zijn aantekeningen vergist en ‘ginkgo’ gespeld, wat door de zetter verkeerd is overgenomen. In de officiële naam die Linnaeus er later aan gaf, is dit blijven staan, gevolgd door de soortnaam ‘biloba’. In de eerste druk van Goethes gedicht is opvallend genoeg de ‘k’ weggevallen, terwijl het gedicht in handschrift wél ‘Ginkgo biloba’ heet. Waarschijnlijk is dit een van de vele zetfouten waardoor de eerste druk van de West-östlicher Divan helaas wordt ontsierd.

Het (kunstmatige) eiland Desima zoals afgebeeld in het eerste deel van Hedendaegsche historie (1729)

Het eilandje Dejima, zoals dit is afgebeeld in het eerste deel van Hedendaegsche historie (1729)

In 1728/29 verscheen het eerste deel van de bekende serie Hedendaegsche historie of tegenwoordige staet van alle volkeren, uitgegeven door Isaac Tirion. Dit eerste deel is gewijd aan China en Japan. En hoewel de serie was opgezet als een vertaling van een werk van Th. Salmon, is dit deel grotendeels herschreven door de vertaler, M. van Goch. Deze kon putten uit allerlei belangrijke contemporaine bronnen van Nederlandse bestuurders die op het Japanse eilandje Dejima (voor de kust van Nagasaki) waren gestationeerd, zodat de tekst van groot historisch belang is. Op pagina 430 wordt de gin(k)go beschreven en dit is waarschijnlijk de eerste keer dat in een Nederlandstalige gedrukte tekst het woord ‘Gingo’ voorkomt. Curieus is dat in deze tekst eveneens de ‘k’ is weggelaten.

Met dank aan David Coppoolse

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Varia et curiosa en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.